SYMPOSIUM
Cool and Comfort 75 – november 2017
Güntner Symposium internationaler dan ooit
In de jaren zonder Chillventa-beurs organiseert Güntner, de fabrikant van warmtewisselaars, een internationaal symposium over ontwikkelingen in de techniek. Dit jaar vond het plaats in Alpbach in Tirol (Oostenrijk). Het publiek was erg internationaal, met ruim 320 deelnemers uit meer dan 50 landen, van Zuid-Amerika tot Mongolië. De lezingen beperkten zich niet tot puur technische onderwerpen. De gastspreker, voormalig astronaut Ulf Merbold, sprak over zijn ervaringen in de ruimte. Het symposium werd afgesloten met een panelgesprek over koeltechniek in het tijdperk van industrie 4.0.
Een globale visie
De gastspreker bracht het publiek in hogere sferen: Ulf Merbold is een voormalig astronaut met drie missies in de ruimte op zijn actief. Naast anekdotes en ervaringen over zijn vluchten, vertelde hij ook hoe een ruimtereis zijn visie op de wereld veranderd heeft. Als men de aarde werkelijk door het heelal ziet zweven, realiseert men pas ten volle dat we allemaal op een ruimteschip zitten. Net zoals een ruimteschip een complex systeem heeft om een leefbare omgeving voor de bemanning te verzekeren, heeft de aarde een biosfeer waar we allemaal afhankelijk van zijn. Het komt erop aan die biosfeer intact aan de volgende generaties door te geven.
Investeren in techniek
Hoe koeltechniek daartoe kon bijdragen, bleek uit de lezingen, die meestal gegeven werden door jonge medewerkers van Güntner. Het bedrijf investeert namelijk sterk in de uitbouw van eigen expertise en opleiding, en wil beloftevolle talenten een kans geven. Franz Sperl presenteerde een voorbeeld van de onderzoeksinspanningen. Door de stijgende belangstelling voor natuurlijke koelmiddelen investeerde Güntner in een eigen proefstand voor toestellen op CO2 en NH3. Men kan daarbij zowel gaskoelers, condensoren als DX-toestellen testen. Dit past in het Eurovent-certificeringsprogramma voor warmtewisselaars, een initiatief waar Güntner volledig achter staat.
De volgende sprekers gingen in op specifieke technische ontwikkelingen. Alexander Salm stelde coil defender voor: een speciale beschermlaag voor warmtewisselaars in corrosieve omstandigheden. De coil defender epoxylaag is dikker en homogener dan de meeste andere op de markt. Deze techniek is vooral bedoeld voor warmtewisselaars in koelruimtes voor voeding. Die staan immers bloot aan uiteenlopende schadelijke invloeden, van zuren en zouten in de voedingswaren zelf, tot frequente reinigingsbeurten met agressieve schoonmaakmiddelen. Een allround bescherming is dan aangewezen. Michael Freiherr beantwoordde vervolgens de vraag waarom er zoveel types van waterondersteunde koeling zijn (open en gesloten koeltorens, besproeid, adiabatisch...). Hij gaf de voor- en nadelen van elke techniek op het vlak van werkingskosten, waterverbruik, afmetingen.... De conclusie was dat geen techniek op alle punten beter scoorde dan alle andere. Naargelang de concrete omstandigheden moet men een passend toestel kiezen. We onthouden ook dat het potentieel van passieve koeling nog sterk onderschat wordt.
Na de middag werd een reeks concrete toepassingen en toestellen voorgesteld. Zo hoorden we van installateur Roland Meilbeck welke besparingsmogelijkheden er in de distributiesector zijn door warmteterugwinning met CO2 systemen. Tilo Neumann van Sachsenkälte vermeldde het belang van een verborgen afvoerleiding voor koelers in grootkeukens. Natascha Greune stelde de voordelen van adiabatische ondersteuning van vloeistofkoelers voor. Daarvoor zet Güntner afneembare matten in: in de periodes wanneer adiabatische koeling weinig effect heeft, kan men die verwijderen om de drukverliezen over de wisselaar te minimaliseren. Ian Runsey ging in op de trend in de Verenigde staten voor toestellen op NH3 met een lage koelmiddelinhoud. Voor een gegeven vermogen zou men de inhoud 50 keer kleiner kunnen kiezen dan de gangbare waarde. Dat heeft duidelijke voordelen, maar vereist wel erg precieze regeling een nauwkeurig ontwerp van de warmtewisselaars.
De connected installatie
Het laatste deel van het symposium was gewijd aan de impact van de geconnecteerde wereld. Ulrich Zieglturm toonde de mogelijkheden van digitalisering voor de optimalisering van koelinstallaties. Het aantal geconnecteerde installaties groeit. De grootste vooruitgang kennen draadloze systemen en industriële ethernet toepassingen, maar ook veldbussen groeien nog, hoewel hun relatief belang daalt. Met het Güntner Master Panel heeft de fabrikant een gebruiksvriendelijk instrument om installaties digitaal te monitoren en aan te sturen. Handig daarbij is de Energy Balance Function, die streeft naar de meest efficiënte bedrijfstoestand in deellast.
De impact van al die ontwikkelingen op de sector in het algemeen, was het thema van het afsluitende panel. Vertegenwoordigers van de groothandel (Michael Hendriks) studiebureaus en adviseurs (Johan Geyer en Markus Höpfl), installateurs (Zbigniew Stos) en natuurlijk van Güntner als fabrikant (Michael Freiherr) gingen in op de koelinstallatie 4.0. De centrale vraag is de nood aan vakkennis. Door de gestegen eisen worden er nieuwe technieken ingevoerd, en worden de installaties ingewikkelder. Alleen de grootste installateurs zijn in staat om dat alles nog bij te benen. Kennisverspreiding wordt een centrale kwestie voor alle geledingen. Groothandels en studiebureaus zijn het best geplaatst om hun klanten oplossingen voor te stellen, waarbij ze worden bijgestaan door de fabrikanten.
Een complicatie daarbij is de gebrekkige instroom in het beroep, een kwestie waar verschillende landen mee worstelen. De koeltechniek zit daarbij in een vicieuze cirkel: te weinig mensen zijn op de hoogte van de mogelijkheden. Door het gebrek aan belangstelling worden er dan weer opleidingen afgebouwd, wat het probleem nog verergert. Zo is er geen opleiding koeltechniek op ingenieursniveau in Oostenrijk. Net nu er meer dan ooit specialisten nodig zijn om de toekomstige uitdagingen aan te gaan, is dat een zorgwekkende toestand.
Güntner op groeikoers
Güntner is wereldwijd vertegenwoordigd, met negen productievestigingen in Europa, Azië en Noord- en Zuid-Amerika. In 2016 bedroeg de omzet 328 miljoen euro, en alles wijst erop dat dit cijfer dit jaar zal overschreden worden. De algemene marktstemming is gunstig: de Europese bouwsector herstelt zich, de groeilanden hebben een stijgende behoefte aan koeling, en de overschakeling op hernieuwbare energie schept kansen. Güntner investeert om die groei aan te kunnen. Zo wordt er begin 2018 gestart met de bouw van een tweede fabriek van 7.500 m2 in de sterk geautomatiseerde vestiging in Sibiu (Roemenië). Ook de vestiging in Tata (Hongarije) wordt uitgebreid met een productiehal van 4.200 m2 en een lamellencentrum van 1.250 m2. In Azië zoekt men naar verdere groeimogelijkheden. De fabriek in Indonesië draait op 136%, een toestand die niet haalbaar is op lange termijn. Tenslotte komt er een derde productiehal in de fabriek in Mexico, om de introductie van de ECOSS-reeks in Europa te kunnen opvangen.
Door Alex Baumans





