INSTALLATEUR  
Cool and Comfort 77 – mei 2018

Ingrijpende veranderingen bij Feys-Pattyn

De digitalisering omarmen en een vestigingseenheid in Frankrijk finaliseren. Het zijn drukke tijden voor de firma Feys-Pattyn, gespecialiseerd in HVAC, koeltechnieken en warmtepompen. “Doorgroeien en tegemoetkomen aan de noden van de klanten is de boodschap”, beredeneert Luc Feys, zaakvoerder van het familiebedrijf met hoofdzetel langs het Ieperleekanaal.

Feys-Pattyn mag dit jaar 27 kaarsjes uitblazen. We hervatten even de bedrijfsfilm in 1991, wanneer alles begint. Nadat hij ongeveer vier jaar voor een andere firma heeft gewerkt, start Luc Feys thuis in een kleine ruimte een eenmanszaak in koeltechnieken. De goede keuze blijkt al snel. In een mum van tijd zit er niks anders op dan uit te wijken. Ook de bijgebouwde loods bij hem thuis is te klein geworden. Uiteindelijk wordt het nieuwe oord een flinke strook in de Ieperse industriezone. Daar krijgt het bedrijf zoetjesaan de vorm zoals we die nu kennen: een maatschappelijke zetel met twee achterliggende loodsen en twee extra opslagplaatsen iets verderop in de straat.

Vlotte aanpassing

De bedrijfsactiviteiten kunnen in twee grote luiken worden ingedeeld: de koeltechniek met de isolatiebouw inclusief totaalprojecten en de HVAC-tak. Daarnaast verhuurt de firma, die superdealer is van Daikin, ook koelwagens. “De voorbije zes jaar zijn we heel sterk geworden in luchttechnieken en ijswaterinstallaties voor grote bedrijven. Mede dankzij de komst van projectingenieur Lieven Dupont. Nu kunnen we in die domeinen grote projecten realiseren. Dat deden en doen we voor Alpro, Latexco, Quadrant, Picanol, Colruyt, KBC en TVH waar we bezig zijn met een meerjarenproject”, vertelt Luc Feys, die doorheen de jaren de sector hard heeft zien veranderen. “Vooral inzake normering, wetgeving en veiligheid. De milieuwetgeving, de energieprestatieregelgeving (EPB), de certificering van de gassen, de onderhoudsboekjes, ... het was telkens aanpassen. Al verliep dat telkens verbazend vlot. Ook de certificering van onze techniekers gebeurde snel. Het bewijs: de stamnummers van mijn eerste techniekers waren 3, 4 en 5. Nu hebben we negen techniekers met een persoonlijk certificaat. Straks komen er daar nog twee bij.”

Depanneren en monteren waren aanvankelijk zijn kerntaken als prille zaakvoerder. Daarna werd de Ieperse technieker bedrijfsleider. “Een boeiende evolutie. Met een diploma graduaat klimatisatie op zak ben ik eraan begonnen. Daarna heb ik me bijgeschoold via Voka en Syntra West. Op technisch vlak kan ik nu nog over alles meepraten. Wel moet ik toegeven dat ik de voeling met de details ben verloren over onder meer nieuwe digitale regelaars en de sturing van foutcodes. Daarvoor moet ik rekenen op mijn technische medewerkers.”

Intussen is het team vaste medewerkers al 25 man en vrouw sterk. “We blijven ons profileren als familiebedrijf. Niet alleen omdat de zoon mee aan boord is gestapt. Ook omdat de werksfeer, de werkomgeving familiaal is. Ons personeel werkt hier al gemiddeld vijf tot tien jaar. Iedereen kent iedereen bij naam. Ze zijn geen nummers. Ja, we beschouwen dat als een mooie referentie. Niet alleen naar klanten, maar ook naar potentiële werkkrachten toe. Want in Vlaanderen technisch personeel vinden, blijft een immens probleem”

De Franse markt

Die witte merels worden veelal op de schoolbanken gevonden. “Studenten lopen bij ons stage en vaak na hun studies worden ze een van onze medewerkers. Zo hebben we momenteel stagiairs van Vives, Syntra West en VTI Ieper”, vertelt Luc Feys die ook werkt met onderaannemers. Wie weet komen daar in de nabije toekomst Franse werknemers bij. Want Feys-Pattyn, trouwens daar al lang actief, wil meer focussen op Frankrijk. “Onlangs hebben we daar een zustermaatschappij opgericht: Feys sarl gevestigd in het Chambre de Commerce Franco Belge in Rijsel. Waarom? Werken in Frankrijk is niet gemakkelijk. Je moet gedetacheerd zijn door de wet-Macron die de eigen arbeidsmarkt beschermt voor instroom van werknemers uit andere landen, vooral Oost-Europese landen.”

“Nu is onze zetel daar een postbusadres”, voegt zoon Ruben Feys eraan toe. “We zijn daar dus passief aanwezig. Maar op middellange termijn willen we uitzoeken of we daar misschien een interessant stuk grond kunnen kopen of een magazijn kunnen huren. Ook inzake personeelsbeleid liggen er daar ongetwijfeld opportuniteiten. Noord-Frankrijk, dat kampt met een hoge werkloosheidgraad, telt goede techniekers. De scholingsgraad is er stijgende. Franse techniekers zijn duurder dan hun Oost-Europese collega’s, maar je boekt met hen wel betere resultaten. Want je kan met hen vlotter communiceren. En omdat die technische krachten makkelijker te vinden zijn, zullen we nu die arbeidsmarkt aanboren.”

Bij Feys-Pattyn zitten ze niet stil. Onlangs werd het logo opgefrist en het wagenpark vernieuwd. Straks wordt de huidige kantoorruimte omgetoverd tot een polyvalente ruimte voor seminaries, lezingen, scholingen en bijscholingen voor eigen personeel. Maar de meest ingrijpende verandering is de digitalisering.

Digitalisering

“We zijn daar anderhalf jaar geleden mee begonnen”, vertelt commercieel vertegenwoordiger Ruben Feys. “Plenion heet het ERP-pakket. Daar willen we zoveel mogelijk data in kwijt om zoveel mogelijk gegevens met elkaar te verbinden. Zo krijgen we een duidelijk overzicht, mooie dashboards. Dat pakket bevat ook een digitaal platform voor onze klanten. Daarop zijn alle door ons geplaatste installaties online raadpleegbaar. Ze kunnen alles checken over koelmiddelen, lekcontroles en onderhoud. Het systeem laat ons toe allerhande attesten te koppelen aan installaties voor onder meer controle van de ISO en de milieu-inspectie. Zodat de klant na één klik een overzicht ziet. Hij krijgt dat van ons in cadeauverpakking. Dat wordt voor ons ook heel belangrijk naar klantenbinding toe. Wij bieden de klanten de mogelijkheid om hun volledige park te beheren. Zeg maar: we maken het de klant daarmee zo gemakkelijk mogelijk. We willen hem zo veel mogelijk ontlasten dankzij onze expertise. Onder meer ook door toestellen aan te sluiten op internet zodat we vanop afstand sneller kunnen vaststellen wat het probleem zou kunnen zijn. Want klanten verlangen meer en meer dat hun toestellen vanop afstand kunnen worden geactiveerd. In dat digitale verhaal en het verhaal van Internet of Things zit er in elk geval nog heel wat marge. Aan ons om die ontwikkeling niet te missen.”

Door Gianni D’Angelo