PROJECT
Cool and Comfort 72 – februari 2017
Intelligente klimaatoplossing voor Dok Noord
Dok Noord is een ambitieus herwaarderingsproject van de vroegere ACEC-fabrieken in de Gentse binnenhaven. Om de voormalige industriële site nieuw leven in te blazen, werd gekozen voor een multifunctionele herbestemming: er zijn appartementen, kantoren, winkels, horeca, sportgelegenheden... De site vormt een gesloten bouwblok van ongeveer 350 x 350 meter. Het lag dus voor de hand om een geïntegreerd HVAC-systeem aan te leggen, dat alle gebruikers kon bedienen. Tegelijk moest men echter kunnen inspelen op de uiteenlopende wensen en behoeften van de verschillende eigenaars. Installatiebedrijf Bumaco is deze uitdaging met succes aangegaan, dankzij het materiaal en de expertise van leveranciers Mitsubishi Electric en Swegon.
Uiteenlopende eisen
Dit imposante project stelde aparte uitdagingen. Om te beginnen, waren de eisen heel uiteenlopend, omdat het complex voor verschillende doeleinden gebruikt wordt. Zo zijn er 35 woningen op de bovenverdiepingen. Een groot deel van de lagere verdiepingen wordt ingenomen door kantoorruimtes. Daar zijn enkele productiebedrijven uit de audiovisuele sector gevestigd, zodat een deel van de ruimtes werden ingericht als opnamestudio, wat aparte HVAC-eisen stelt. Verder zijn er winkelruimtes, met onder meer een supermarkt, een meubelzaak enz. Er zijn ook sportzalen, zoals een fitnesscentrum, een bowling, een baan voor elektrische karts en zelfs een overdekt voetbalveld. Uiteraard zijn er ook verschillende horecagelegenheden, waarvan één met een speciaal concept: Hal 16. Hierin kunnen beginnende restauranthouders hun menuconcept uittesten. Starters kunnen er zich tijdelijk vestigen om te zien of hun aanbod in de smaak valt, zonder dat ze meteen hoeven te investeren in zware infrastructuur. Het bestaat uit een centrale open ruimte, omgeven door keukeneilanden.
Al deze gebruikers hebben echter eigen behoeften en eigen gebruikspatronen. Het kwam er dus op aan om een oplossing te vinden met voldoende flexibiliteit.
De coördinatie van het project gebeurde door het gespecialiseerde bedrijf KTCC, dat Bumaco aansprak voor het ontwerp en de uitvoering van het HVAC-gedeelte. In het oorspronkelijke concept werd uitgegaan van traditionele verwarmingsketels. Bumaco pleitte echter voor een oplossing met decentrale VRF-installaties. Die techniek bood immers meer flexibiliteit en leverde milieuwinst op. Bovendien moest er minder oppervlakte voorzien worden voor technische ruimtes, en moest er geen rookgasafvoer worden aangelegd. Dat vergrootte de bruikbare oppervlakte, wat uiteraard een pluspunt was voor de projectontwikkelaar.
Vertrouwde leveranciers met een compleet gamma
Bumaco koos daarbij Mitsubishi Electric voor verwarming en koeling en Swegon voor de ventilatie. Beide fabrikanten leveren immers kwaliteitsmateriaal. Doorslaggevend was echter dat het allebei totaalaanbieders zijn. In een dergelijk complex project is het een voordeel als men voor alle toepassingen een beroep kan doen op dezelfde leverancier: dat voorkomt technische complicaties, en doet de logistiek een stuk vlotter lopen. Op een werf waar verschillende bouwfases op elkaar moeten inpassen, is dat een niet te onderschatten voordeel. Mitsubishi Electric leverde zowel de VRF-systemen, als lucht-waterwarmtepompen, compleet met een brede waaier aan binnenunits, en niet te vergeten, de sturing en monitoring.
Het Swegon-gamma aan luchtbehandelingskasten dekt zowel sporthallen af, als kleinere winkels. Handig is ook dat de luchtbehandelingskasten indien gewenst kunnen aangesloten worden op het directe-expansiesysteem van de VRF voor bijverwarming of-koeling. In principe gebeurt de temperatuurregeling via de binnenunits van Mitsubishi Electric, en zijn de luchtgroepen alleen voorzien van warmteterugwinning. In sommige gevallen was het handiger om een extra temperatuurregeling van de ventilatielucht op te nemen, waarbij de compatibiliteit van beide systemen een troef was. Bovendien was Bumaco vertrouwd met het materiaal. Dat is niet alleen handig bij de montage; ook de administratieve afwikkeling van energieprestatiereglementen en dergelijke gaat dan heel wat vlotter.
Decentraal maar toch verbonden
Het grootste gedeelte van het complex werd uitgerust met VRF-toestellen. In totaal leverde Mitsubishi Electric 25 VRF-circuits voor een gecombineerd verwarmingsvermogen van 1,5 MW. De binnenunits zijn overwegend kanaalmodellen en vloermodellen, alles samen ongeveer 170 toestellen.
Het VRF-concept levert een maximum aan flexibiliteit qua vermogensregeling en warmteterugwinning. Warmte uit de koeling van de serverruimtes of opnamestudio’s gaat niet verloren, maar wordt gebruikt voor het comfort van andere ruimtes. Om de industriële erfenis van het gebouw te benadrukken, werden de kanalen en plafondunits in de kantoren zichtbaar gemonteerd. Waar het plafond niet gebruikt kon worden, paste men muurconsoles toe. In de winkels werd wel met verlaagde plafonds gewerkt, waarbij de klant kon kiezen voor plafondroosters. Omdat de architect wenste dat er zo weinig mogelijk techniek van buitenaf te zien zou zijn, werden de buitengroepen in verzonken inhammen in het dak geplaatst.
Alles wordt beheerd vanuit een TG2000-systeem. Daarbij kan men vrij een aantal binnentoestellen aan een bepaalde zone toewijzen. Elke binnengroep heeft zijn eigen adres voor de regeling. Via het GBS wordt dan beslist welke units samengevoegd worden tot een zone. Dat gaf de projectontwikkelaar een maximale vrijheid in de verkoopfase: er was immers geen dwingende binnenindeling opgelegd door de technische installatie. De gebruikers konden nog schuiven met opdeling tussen de zones. Bovendien blijven de mogelijkheden open voor eventuele latere wijzigingen. Het monitoringsysteem overkoepelt zowel de klimaatregeling als de ventilatie.
Binnen elke zone kan de gebruiker zijn comfortparameters vrij instellen. Het monitoringsysteem meet het verbruik, zodat elke gebruiker een individuele afrekening krijgt.
Lucht-wateroplossingen
Voor een paar gedeeltes kwamen er lucht-watertoestellen aan te pas. Dat zijn in de eerste plaats de appartementen. De wooneenheden hebben elk een lucht-watersysteem Ecodan met een geïntegreerde boiler van 200 l. Het totale vermogen bedraagt hier ongeveer 250 kW. Ook hier gold de eis dat er niets van de buitenkant te zien mocht zijn. Gelukkig beschikt het gebouw over een tussenverdieping die over de hele gevel aan de kant van het dok doorloopt. Hier konden de buitentoestellen geplaatst worden, terwijl ze aan het oog worden onttrokken door metalen lamellen.
Ook Hal 16 is voorzien van vloerverwarming. Het gaat hier om een grote industriële ruimte, waarbij de oude structuur bewaard werd. Bovendien moest de vloer zo veel mogelijk vrij blijven om een maximum aan inrichtingsmogelijkheden te behouden. Vloerverwarming is dan een voor de hand liggende keuze om het comfort te garanderen. Ten slotte is de inrit van de parking voorzien van een vloerverwarmingssysteem. Vanaf een buitentemperatuur van 3°C schakelt dit in om de inrit ijsvrij te houden.
Door Alex Baumans





