TECHNIEK
Cool and Comfort 77 – mei 2018
Wijzigingen voor de koelmeubelfabrikanten
Het is een understatement te vertellen dat de koeltechnische wereld voor enorme uitdagingen staat. Binnen een relatief korte periode moeten de koudemiddelen met een GWP van meer dan 2500 verdwijnen. Het uiteindelijk doel is om op lange termijn de meeste ecologische van hen met GWP < 150 over te houden. Ondertussen schieten de prijzen van de koudemiddelen de hoogte in. Vooral de R404A en de R507A. In de competitieve wereld van de koelmeubelen is dat niet anders.
Het zo praktische R404A, dat inzetbaar was voor zowel positieve als negatieve temperatuur, was voor koelmeubelen jarenlang het geliefde koudemiddel omdat het veel voordelen en weinig nadelen had.
Er zijn al een tijd alternatieven voor kleinere stekkerklare meubelen: met R290 (propaan) en op semiprofessioneel vlak soms met R600A (isobutaan of methylpropaan).
R290 is het koudemiddel voor CrioPro-koel- en vriesvitrines, half-professionele witte bewaarkasten (samen met een superdikke isolatie van 85 mm verklaart dit de typebenaming A+), Friginox-bewaarmeubelen, de Wessamat-ijsblokmachines (tot 50 kg dagproductie), kleine plug-in-winkelmeubelen van Oscartielle, …
Voor grotere toestellen met koelgroep op afstand zijn de sterk aan elkaar verwante R448A en R449A een goede oplossing. Zo worden de Geneglace-scherfijsmachines, de snelkoelers van Friginox, de grotere winkelmeubelen van Arneg en andere bewaarmeubelen zeer vaak voorzien van een expansieventiel op R448A of R449A.
Bijna al die toestellen bestaan ook in een versie voor R744 (CO2). Zo zijn er al snelkoelcellen van Friginox op CO2 in het ziekenhuis AZ Klina in Brasschaat. Ze zijn er op een centrale koelinstallatie aangesloten en vervangen individuele installaties op R134a van eind vorige eeuw.
Het plug-in-tussenveld tussen klein commercieel en groot commercieel/klein industrieel wordt nu heel vaak voorzien van een R452A-koeling. Behalve dat er voor dit koudemiddel meer passende compressoren zijn vrijgegeven, is het koudemiddel geschikt voor zowel koelen als vriezen. Dat is het geval voor heel wat bewaarmeubelen van Coldline en Friginox en voor heel wat winkelmeubelen van Oscartielle.
Voor bewaarmeubelen is nog een bijkomende eis sinds 1 juli 2016, de EEI (zie tabel) of de energie-efficiëntie-index. De EEI moet lager zijn dan 115 bij normaal professioneel gebruik, bij klimaatklasse 4. Voor licht gebruik moet de EEI lager zijn dan 95.
Sinds 1 juli 2016 zijn de Europese Verordeningen 2015/1094 en 1095, beide daterend van 5 mei 2015, rechtstreeks van kracht in de hele Europese Unie. Een verordening hoeft immers niet meer omgezet te worden in nationaal recht. Voor een Europese richtlijn is dat wel het geval.
Tegelijkertijd is een Europees Energielabel verplicht waarop de energie-efficiëntieklassen van A tot G zijn vermeld, in de gekende kleuren van groen tot rood, met een pijl ter aanduiding. Voorts bevat het label ook naam/merk van de leverancier, de typeaanduiding, het cijfer van het jaarlijkse elektriciteitsverbruik in kWh, de som van de netto stockagevolumes van de koel/vriescompartimenten en de klimaatklasse (licht of zwaar gebruik).
Net als voor CE-attest en -markering is de fabrikant of importeur, die het in de Europese Unie brengt of die het product zijn merk geeft, verantwoordelijk.
Het is dus niet alleen belangrijk het gebruikte koudemiddel na te vragen maar ook te checken of het EEI-label aanwezig is bij het bewaarmeubel.
Foto’s Crionovo


