TECHNIEK
Cool and Comfort 77 – mei 2018
De ‘kleine’ koeltechnieker in de toekomst (deel 2)
Het vorige deel van dit artikel, verschenen in Cool & Comfort 76, begon met deze zin: ‘Nog steeds zijn het uitdagende tijden voor de koeltechnieker, het wordt echter alleen maar spannender’. Het artikel eindigde met ‘Wat houdt ons niet tegen: meer kennis, meer scholing, de technologische vooruitgang’. In dit tweede en laatste deel gaan we daar nog dieper op in.
Als ‘kleine’ koeltechnieker zijn bepaalde uitdagingen groter dan die bij de ‘grote’ koeltechnische bedrijven, die vaak een eigen studie- , service- en/of, juridische dienst in huis hebben. Een voordeel bij ‘kleine’ koeltechnische bedrijven is dat het persoonlijk contact met de klant sterker is. Dat er korter op de bal kan worden gespeeld. Dat werkbonnen vaker degelijk worden ingevuld (doordat de eigenaar vaak nog meedepanneert) en dat een beperkt aantal medewerkers aansturen makkelijker verloopt dan een grotere groep.
Als ‘kleine’ koeltechnieker is het moeilijker om op de hoogte blijven van alle aanpassingen in onder meer normen, wetgeving en technologie omdat u vaak zelf op de baan bent. Bijscholen, documenten lezen …, dat gebeurt in uw ‘vrije’ tijd die al heel schaars is. Daardoor wordt er dan ook vaak een achterstand opgelopen die nu wel eens bepalend kan worden.
Maar we mogen uiteraard niet alle ‘kleine’ koeltechnische bedrijven over dezelfde kam scheren. Er zijn veel ‘kleine’ koeltechniekers die inzake kennis minstens even ver staan als de grotere spelers. Die kennis beoefenen en uitbouwen is uiteraard heel wat moeilijker, tenzij u zich in een niche bevindt.
We gaan ook steeds meer naar een plug-and-playmarkt, een natuurlijke evolutie. De moderne manier van communicatie via apps, software en andere digitale platformen is enerzijds een zegen, anderzijds een vloek.
Zegen en vloek
Voor diegene die goed weet waarmee hij bezig is, is het een zegen. Onmiddellijke opvolging, analyses, aanpassing van parameters … zonder dat u bij de klant hoeft te zien of op kantoor achter uw pc hoeft te zitten, dat is schitterend als u weet waarmee u bezig bent. Het nadeel van die modernisering is dat velen zich schuilen achter de kennis van de app of de software. ‘Als de software het zegt, zal het wel juist zijn.’ Doordat software sommige parameters achter de schermen zelf invult, vergeten we bepaalde essentiële achterliggende regels en denken we vaak niet meer voldoende na. Dat is dus een vloek.
Wetende dat de technologie ontzettend snel evolueert, veel sneller dan er cursussen geschreven worden en opleiding gegeven wordt, speelt dit steeds meer in het nadeel van vele koeltechniekers. Zij die zich niet bijscholen of zich niet laten ondersteunen, dreigen een grote achterstand op te lopen in de toekomst.
Misschien splitst de toekomst zich wel op tussen koeltechniekers die zich laten lijden door producenten/verdelers en zij die zelf berekenen – met kennis – en onderzoeken. In beide gevallen kan het positief zijn en leiden tot een degelijke installatie. Wees echter heel bewust van waar u zich bevindt en waar u zich wil bevinden in de toekomst. Maak duidelijke keuzes. Weet dat we ons slechts aan de vooravond van verandering bevinden. The most has yet to come.
De ‘nieuwe’ koudemiddelen en -technologie vragen steeds meer kennis bij zowel ontwerp, selectie, uitvoering en service. Als u slecht start …
In dit artikel benadrukken we ook enkele belangrijke aandachtspunten voor het bouwen van een koelinstallatie/warmtepomp. Aandachtspunten die velen denken onder de knie te hebben, tot puntje bij paaltje komt.
Bepalen benodigde koelvermogen
Het bepalen van het benodigde koelvermogen doet men niet, zoals velen, via de vogelpikmethode. Vroeger, toen de winstmarges overal groter waren en energie niets kostte, werd daar weinig belang aan gehecht. Als u dacht 10kW nodig te hebben, ging u er minimaal 15kW voorzien. Men dacht: “Een beetje reserve is altijd goed”. Vaak was die 10kW al sterk overschat.
Het juiste koelvermogen resulteert in de juiste verdamper, het juiste comfort, een stabiele werking, de meest energiezuinige werking en de meest economische uitvoering. Een goed en langdurig gesprek over de eisen en noden van de klant, geeft meestal de juiste info aan om een degelijke koudebalans op te maken als u de juiste kennis en tools hebt tenminste. Misschien vindt de klant u een ‘zaag’, achteraf zal hij meer dan blij zijn met het resultaat.
Systemen die sterk overgedimensioneerd zijn werken nooit optimaal, zowel de kleine koelgroep als de grote centrale. Zelfs eenvoudige berekeningstools en apps werken goed als u de juiste parameters gebruikt.
Het wordt tijd dat wij mee-evolueren. Duidelijke afspraken en werkingslimieten op voorhand bespreken met uw klant zal niet leiden tot problemen bij mogelijke uitbreiding of aangepaste werking. U koopt een machine met een duidelijk doel in functie van uw huidige en eventuele toekomstige benodigdheden. Daarvan afwijken, heeft geen zin.
Bepaling gelijktijdigheid
Gelijktijdigheid wordt niet bepaald door een 80%-regel of iets degelijks. Dat wordt weer vogelpik. Er bestaat geen formule voor gelijktijdigheid. Gelijktijdigheid wordt bepaald door het proces, de volgorde, het al dan niet kritisch zijn van een temperatuur en de intensiteit/duur. Mocht u reeds een degelijke berekening van het koelvermogen hebben gemaakt, dan dient u geen ‘factor’ te gebruiken om uw vogelpikmethode te verantwoorden. Bij een goede berekening van de koudebalans varieert de gelijktijdigheid makkelijk tussen 40 en 100%. Bij bepaalde bedrijven, bijvoorbeeld sommige vleesverwerkers, is er vaak een duidelijke flow binnen het bedrijf en ‘beweegt’ het product gedurende de hele dag. ’s Namiddags of ’s avonds zijn zo goed als alle cellen leeg. Gelijktijdigheid is beperkt. Andere bedrijven verwerken overal gelijktijdig en zijn alleen onderhevig aan de buitencondities. Alweer, een degelijk gesprek met de eindklant/exploitant verduidelijkt veel.
Bepaling bijkomende noodzaken
Op welke manier gebruikt uw klant andere thermodynamische processen? Heeft uw klant nood aan warmterecuperatie en weet hij wel dat er via de koelinstallatie veel warmte kan worden gerecupereerd? Zo ja, welke hoeveelheid, aan welke temperaturen en gedurende welke tijd? Heeft uw klant bijkomende productieprocessen die koeling vergen? Heeft uw klant nood aan ventilatiesystemen die verwarming of koeling eisen?
Als dat geweten is, dan kan dit uw keuze voor een systeem sterk beïnvloeden.
Bepaling te gebruiken systeem
Enkel uit vorige gegevens kunt u een systeem aanbieden, afgestemd op maat van het proces. Verschillende verdampingstemperaturen, gelijktijdigheid, nood aan warmterecuperatie, aanwezigheid van andere warmtestromen, nauwkeurigheid, hergebruik van bestaand materiaal, technische affiniteit van de klant, investeringsmogelijkheden …, al deze factoren samen zijn bepalend voor de systeemkeuze. Ook hier dus niet steeds hetzelfde systeem, omdat we het kennen… Verschillende koudemiddelen/-systemen hebben specifieke eigenschappen die in de toekomst het verschil zullen maken.
Als koeltechnieker wordt het dus belangrijk om van al die systemen op de hoogte te zijn en vooral hun sterktes en limieten te kennen.
Selectie componenten
Hier hebben we het in het verleden al uitvoerig over gehad. Nu moeten we rekening houden met de voordelen en vooral met de limieten van de ‘nieuwe’ koudemiddelen.
Glides vergen selecties bij dew- of midpoint. Compressoren moeten via de degelijke software die de producenten leveren kritisch worden geselecteerd. Het is belangrijk expansieventielen binnen de juiste range van drukval en temperaturen te selecteren, zeker bij transkritische werking of werking met tussendrukken. Condensors moeten steeds vaker worden geselecteerd op basis van het massadebiet (en niet de 1,5- of x2-regel, die volledig tot het verleden behoort), -verschil en werkingscondities (bijvoorbeeld snelkoelers), vooral als u begint met een uitgebreide warmterecuperatie. Vloeistofvaten horen degelijk berekend te worden en zijn geen ‘toebehoren’ bij de centrale of koelgroep (de regelgeving bepaalt nog steeds dat alle koudemiddelen in het vloeistofvat moet kunnen), zeker in functie van de controle op emissie en periodieke lekdichtheidscontroles.
Selectie leidingdiameters
Ook hier is het belangrijk om de ‘snelheidsregels’ te vergeten. De vele ‘nieuwe’ koudemiddelen hebben sterk uiteenlopende thermodynamische eigenschappen die bepalend zijn voor snelheid, volume, fase maar vooral drukval, de meest belangrijke parameter bij het selecteren van leidingdiameters. De huidige vuistregels inzake snelheid zorgen gegarandeerd voor problemen bij werking zoals vorming van flashgas, olieretour, lagere verdampingsdruk dan nodig, kortom een niet optimaal werkende installatie. Tevens mag u de gelijktijdigheid van uw vermogens niet vergeten. Op welke plaats is de gelijktijdigheid groot? Op welke laag? Als uw gelijktijdigheid slechts 60% bedraagt van het geïnstalleerde verdampervermogen, dan mag u het vermogen van uw verdampers uiteraard niet integraal optellen voor de berekening van uw leidingen. Rekenen met drukval zal u laten inzien dat snelheid relatief is.
Selectie isolatie
De isolatiedikte moet worden berekend. Daarvoor bestaan er eenvoudige en degelijke apps of software. Isolatie van leidingen in de machinekamer is vaak anders dan isolatie van leidingen via valse, slecht geventileerde plafonds. Ventilatie is immers een heel belangrijke parameter bij isolatie. Een k-waarde wordt niet alleen bepaald door het soort en de dikte van het materiaal. Er is steeds een Ri- en een Ru-waarde nodig, die vaak vergeten worden (niet alleen bij buisisolatie trouwens). Welke afwerking is er nodig? Is de isolatie wel voedingsgeschikt? Isoleren zelf is trouwens een echt vak, een kunst dat door velen onderschat wordt.
Selectie sturing
Naast het elektrische vermogensgedeelte, dat grotendeels goed kan worden ingeschat, is het minstens even belangrijk om een degelijke sturing aan te bieden. Vele ‘standaardregelaars’ kunnen nu flink wat, al worden ze vaak pover ingesteld. De snelheid van het proces is immers bepalend voor de regeling en niet andersom. Hoe beter u het proces van de klant begrijpt, hoe beter de installatie zal werken. In de praktijk ziet u vaak dat koelinstallatie op zich wel werken, maar dat ze regeltechnisch niet goed zijn afgestemd op de toepassing waardoor pendelen, grote regelverschillen, inefficiënte ontdooiing… schering en inslag zijn. Elektronische regelaars worden vaak gebruikt volgens de ‘basisinstellingen’, terwijl ze net ontworpen zijn om aangepast te kunnen worden in functie van de behoeften. Een slecht afgeregelde elektronische regelaar werkt slechter dan een goed afgeregelde mechanische regelaar, maar beide functioneren niet goed als het proces niet wordt begrepen.
Inzake regeltechniek hebben we een grote achterstand in te halen. Nochtans kan een goed ontworpen installatie slechts goed functioneren als ze niet goed wordt geregeld.
Dat zijn slechts enkele belangrijke parameters voor een goed ontwerp, selectie, uitvoering, opstart en service van een installatie. Bijscholing is belangrijk. Is dat niet mogelijk, dan is begeleiding door specialisten een alternatief. Uw groeitraject zal exponentieel toenemen.
Door Jurgen Buckinx (Cool & Energy Consult)


