CONGRES
Cool and Comfort 83 – november 2019
European Heat Pump Summit
Op 22 en 23 oktober ’19 ging in Nürnberg Messe voor de zesde keer de European Heat Pump Summit door. Dit event slaat een brugje tussen de tweejaarlijkse edities van Chillventa, dé Europese vakbeurs voor de koeltechnische sector. Maar het congres zit in de lift. Met meer dan 250 deelnemers uit 25 landen werd een nieuw record gebroken. Om de toekomst veilig te stellen, heeft de organisatie bewust het onderwerp breed opengetrokken, waardoor in het programma ook plaats is voor o.m. nieuwe en natuurlijke koudemiddelen, de situatie in andere werelddelen en onderzoeksresultaten bij fabrikanten van componenten.
Door Rudy Gunst
“Precies tien jaar geleden organiseerde Nürnberg Messe de eerste European Heat Pump Summit”, vertelt directeur Daniela Heinkel. “Doorheen de jaren heeft ons congres een gestage groei gekend. Een van de redenen hiervoor is dat we vasthouden aan dezelfde baseline als Chillventa: Connecting Experts. Zowel de presentaties als de deelnemers staan op professioneel vlak boven het gemiddelde. Dat blijkt telkens weer door de vele vragen die worden gesteld na de presentaties. Onderzoeksresultaten worden niet zomaar voor waarheid aangenomen. Als spreker sta je maar best stevig in je schoenen of het kritische en deskundige publiek haalt je genadeloos onderuit. Deze geanimeerde discussies eindigen niet in de zaal, maar lopen door in de Foyer-Expo en tijdens de netwerkmomenten. Dit uniek samenspel van theorie en praktijk in een ontspannen sfeer creëert een dynamische sfeer die kennisdeling stimuleert.”
Next level
De concrete invulling van het congresprogramma gebeurt door Dr. Rainer Jakobs. “Tijdens de voorbereiding van deze editie heb ik nog eens door de presentaties van de eerste editie in 2009 gebladerd. Het is opvallend welke lange weg warmtepompen in die tien jaar hebben afgelegd. Ze hebben een vaste voet gekregen in de Europese markt, maar helaas huppelt Duitsland nog wat achterop. Toch zijn er optimistische signalen. Sinds kort staat de warmtepomp op de eerste plaats als verwarmingsbron bij nieuwe residentiële woningen. Tijd om met ons congres een niveau hoger te schakelen, waarbij de focus nu ligt op industriële toepassingen, grootschalige projecten en HT-warmtepompen.”
Peter Wagener is in Nederland een autoriteit als het warmtepompen betreft. Zijn onderneming BDH (Business Development Holland) is begin dit jaar begonnen als Operating Agent voor een internationaal samenwerkingsproject (Annex) onder de vlag van de International Energy Agency. Het doel is om kennis en ervaringen uit te wisselen over combinaties van warmtepompen en opslagsystemen. Ondertussen zijn al dertien landen tot het project toegetreden, met naast enkele EU-lidstaten ook de VS, Canada, China en Turkije. Elk land voert zelfstandig één of meerdere projecten uit die gericht zijn op het verbeteren van gecombineerde warmtepomp- en opslagsystemen, bijvoorbeeld op het gebied van aansturing, efficiency, gebouwintegratie of kostenreductie. “Regelmatig wordt overleg gevoerd tijdens tweedaagse projectmeetings op locatie bij één van de deelnemende onderzoeksinstituten. Zo wordt de laatste kennis uitgewisseld. We hopen om in de loop van 2021 met verschillende praktijktesten waarbij nieuwe ideeën en oplossingen in woningen geplaatst worden, dit project naar een volgend level te brengen.”
Vriend of vijand?
Edgar Timm (ETSuS) stelt dé vraag waarover de meningen mijlenver uiteen liggen: warmtepompen en wetgeving, zijn dat vrienden of vijanden? “De relatie tussen warmtepompen en de Europese en nationale wetgeving is voorzichtig uitgedrukt ‘ingewikkeld’ te noemen. In die mate zelfs dat het soms niet duidelijk is of de wetgeving in het voordeel speelt van of daarentegen een belemmerende factor vormt tegen warmtepompen. Het antwoord op de vraag zou toch in alle gevallen ‘vrienden’ moeten zijn, want hoe kan wetgeving nu beletten dat de meest duurzame verwarmingsbron zijn afzetmarkt kan vergroten? De vraag naar toepassingen met > 10 kW en indoor opstellingen van de toestellen stijgt, terwijl deze zijn onderworpen aan strenge veiligheidsvoorschriften – max koelmiddelinhoud, min kamerruimte – waardoor heel wat potentiële toepassingen uit de boot vallen. Hierop kan je op drie manieren inspelen: toestellen ontwerpen die wel aan de voorschriften beantwoorden, de voorschriften aanpassen zodat meer toestellen beantwoorden, of een combinatie van voorgaande.”
Morgane Lajeunesse begint haar presentatie met een vraag waarmee ze het publiek op scherp zet. “Mogen we de fabrikanten vertrouwen? Zijn hun datasheets correct? Presteren de toestellen zoals ze ons beloven? Het antwoord zou 3x ‘ja’ moeten zijn, maar dat dachten we indertijd ook van de autosector. Ik wil de praktijken in onze sector zeker niet vergelijken met die van de autoconstructeurs, maar controle door een onafhankelijk organisme neemt alle twijfel weg. Eurovent Certita Certification (ECC) heeft een Europees certificeringsprogramma voor verschillende types warmtepompen opgesteld, incl. close control, rooftops, VRV/VRF en hybride. We hebben geen eigen labo’s, dus de eerste stap is de keuze van een objectieve testplaats. Voor grote units (> 100 kW) gebeurt dit bij de fabrikant, maar leveren we zelf de meettoestellen en software. Daarna volgt de belangrijkste stap: vergelijking van onze meetresultaten met de door de fabrikant opgegeven data .De resultaten zijn consulteerbaar in onze online database.”
Warmtenet van Gent
België bleef niet onbesproken tijdens de European Heat Pump Summit, en dit zowel in negatieve als positieve zin. Voor het eerste mogen we onze politici dankbaar zijn voor de wirwar van nationale en gewestelijke regels die het zelfs voor een Belg – laat staan voor een buitenlander – soms tot een onoverzichtelijk kluwen maakt. Maar er werden ook praktijkvoorbeelden uit ons land behandeld waar we trots op mogen zijn. Bijzonder veel interesse wekt Eric Perdu, senior commercial manager district heating bij Luminus, op met het grootste Belgische warmtenet in Gent, waarmee bedrijven, UGent, AZ Sint-Lucas, sociale wooncomplexen, een winkelcentrum, gebouwen van de Provincie Oost-Vlaanderen en de Stad Gent en een zwembad van verwarming worden voorzien.
Bij de opstart in 1958 was het warmtenet gekoppeld aan de elektriciteitscentrale van Gent/Ham. Oorspronkelijk was de restwarmte de belangrijkste warmtebron, maar door transitie nam dit voortdurend af. Alternatieven drongen zich op, waarbij de warmtepomp als meest energie-efficiënte oplossing eruit sprong. Dat dit tegelijk ook de meest duurzame oplossing is, betekent alleen maar een meerwaarde. “De warmtepomp biedt een antwoord op de toenemende nood aan flexibiliteit op de energiemarkt”, legt Eric Perdu uit. “Met de warmtepomp hebben we de keuze tussen instant gebruik of thermische opslag voor uitgesteld gebruik.”
Fotocredit: Nürnberg Messe
“Warmtepompen en wetgeving, zijn dat vrienden of vijanden?”




