SYMPOSIUM
Cool and Comfort 91 – november 2021
14de WPP Symposium – Wat kan de warmtepomp niet?
Op woensdag 20 oktober ’21 organiseerde he Warmtepomp Platform zijn 14de symposium. Na een digitale versie in 2020 werd dit jaar verzameld in het distributiecentrum EDC van Van Marcke in bij Kortrijk. Geen toevallige keuze, want dit is met voorsprong het grootste geothermische verwarmingsproject in België en een toonbeeld van duurzaamheid. Met 512 boringen (diepte 66 m) wordt warmte en koude uit de ondergrond onttrokken, goed voor een piekvermogen van 1 megawatt. In een deel van de kantoren wordt dit aangevuld met adiabatische koeling op basis van (regen)water.
CEO Caroline Van Marcke beet de spits af met een tegelijk inspirerende én verrassende intro. “Iedereen kent ons als sanitaire distributiepartner, maar ondertussen is binnenklimaat belangrijker geworden. Voor de deelnemers aan het WPP Symposium heb ik een boodschap, gebaseerd op onze eigen ervaringen. Ontwerp en installatie zijn ondergeschikt aan opvolging en afregeling. Dit is absoluut noodzakelijk om de doelen qua efficiëntie en comfort te halen.” Afsluitend gaf Caroline Van Marcke ook nog een duidelijke boodschap aan de politici: voer een positief beleid om de warmtepompmarkt te steunen. Hiervoor verwijst ze naar de veel betere verkoopcijfers van warmtepompen op de Franse dan op de Belgische markt. De reden hiervoor is niet ver te zoeken. Dankzij een actief ondersteuningsbeleid van de overheid bedraagt de terugverdientijd van een warmtepompinstallatie maar acht jaar. In België moet dit toch ook kunnen?
Comfort en koelen
Margot De Pauw, onderzoeksmedewerker Thomas More Hogeschool en ook verbonden aan het Kenniscentrum Energie, het multidisciplinaire expertisecentrum van Thomas More dat zich o.a. richt op het beheer van energiesystemen in gebouwen, begon haar presentatie ‘Comfort en koelen’ met een stevige binnenkomer. “De grote uitdaging door de opwarming van de aarde is niet zozeer omgaan met de gemiddelde temperatuurstijging, maar om een oplossing te vinden voor de extremen. De hittegolven tijdens de zomermaanden zullen toenemen. Hoe zullen we dit opvangen?”
De comfortcriteria zijn gekend: de maximale temperatuur in de leefruimtes mag 28°C bedragen (dag), in de slaapkamers is dit 26°C (nacht). Het aantal overschrijdingsuren bepaalt het comfortniveau: < 33u is een goed comfort, < 100u is een aanvaardbaar comfort, < 250u is mogelijk comfort en > 250u is discomfort. De eerste stap om het comfort te bereiken, is het toepassen van voor de hand liggende passieve koelstrategieën zoals nachtventilatie (raamopening) en buitenzonwering. Evident als je in een landelijke woning woont, maar niet in een druk stadscentrum of appartementsgebouw.
“Actieve koelsystemen moeten het comfort verzekeren. Hier zijn er verschillende mogelijkheden, zoals een koelbatterijen op het ventilatiesysteem, hydronische koelsystemen op HT en uiteraard warmtepompen. Thomas More is partner in SCoolS, een onderzoeksproject dat een beter inzicht moet verschaffen in de toepassing van duurzame koelsystemen in woningen, kantoren en industriële gebouwen en processen. Hiervoor worden labo-metingen, in situ meetcases en computersimulaties gecombineerd.
Wat leert dit? Ventilo-convectoren en vloerkoeling met een geothermische bron slagen erin om in de meeste gevallen – zelfs zonder passieve koelstrategieën – een goed comfort te garanderen. Slechts in 8% van de gevallen blijken ventilo-convectoren met nominaal vermogen van 15 W/m2 (want gedimensioneerd op de warmtevraag) ontoereikend. Vloerkoeling met nominaal vermogen van 20 à 30 W/m2 doet het nog beter. “Een correcte dimensionering en afregeling zijn noodzakelijk opdat duurzame koelsystemen ondanks hun typisch beperkter vermogen een goed zomercomfort kunnen bieden”, besluit Margot De Pauw.
Door Rudy Gunst
Fotocredit: ODE

