CONGRES  
Cool and Comfort 71 – november 2016

Nieuwe perspectieven op Warmtepompsymposium

Het symposium van het Warmtepomp Platform was op 15 september naar goede gewoonte te gast in de campus De Nayer van de KU Leuven. Op het programma stonden uiteenlopende bijdragen, waarbij er vooral aandacht was voor concrete toepassingen van innoverende technieken. De ontwikkeling staat niet stil, en technieken die enkele jaren geleden nog niet praktisch toepasbaar waren, raken stilaan marktrijp. Daarbij moet de wetgeving wel volgen. Als men een te restrictief kader hanteert, worden reglementen zoals EPB eerder een rem op innovatie dan een hulp.

De rol van de infrastructuur

De spits werd afgebeten door vertegenwoordigers van de elektriciteits- en gassectoren. Kathy Van Damme (Vreg) gaf een overzicht van de plannen van de nieuwe tariefstructuur, waarbij de aansluitcapaciteit van de meter zwaarder zal doorwegen. Dat is niet noodzakelijk goed nieuws voor warmtepompen. Hoewel er scenario’s zijn waarin de nieuwe structuur goedkoper uitvalt, kan dit in andere gevallen tot een hoge factuur leiden. Een bedenkelijk neveneffect is ook dat de vaste kosten aan belang winnen. Wie zijn verbruik beperkt, zal daar dus minder voor beloond worden.

Van de uiteenzetting van Juan Vazquez van de KVBG over de rol van aardgas onthouden we dat een volledige overschakeling op elektriciteit nog niet voor morgen is. Op dit ogenblik is het gasverbruik nog twee keer groter dan het elektriciteitsverbruik (170 TWh gas tegenover 90 TWh elektrisch). Zonder een aanzienlijke daling van het verbruik enerzijds, en een forse investering in meer elektrische capaciteit anderzijds, wordt dat onhaalbaar.

Nieuwe toepassingsgebieden

In de volgende sessie werd ingegaan op minder bekende toepassingsgebieden van warmtepompen. Marleen Gysen van het Innovatiesteunpunt had het over de mogelijkheden in land- en tuinbouw. In een modern landbouwbedrijf zijn er immers aanzienlijke energiestromen die benut kunnen worden. Zo werkt een pluimveebedrijf met hoge ventilatievolumes, waaruit warmte gerecupereerd kan worden. Bij een varkensbedrijf zijn de noden dubbel: de biggen hebben verwarming nodig, maar de volwassen dieren moeten gekoeld worden in de zomer. Bij melkvee zijn er dan weer hoge pieken in de koellast. Door warmtepompen slim in te zetten, kan men veel afvalwarmte terugwinnen. Landbouwers staan voor het algemeen open voor dergelijke technieken. Het komt erop aan om aangepaste oplossingen voor te stellen. Zo kan men bijvoorbeeld veel warmte recupereren uit stalventilatie, op voorwaarde dat de warmtewisselaar bestand is tegen het hogere ammoniakgehalte van de afvoerlucht.

De centrale boodschap van Pedro Pattijn (Ingenium) was: denk buiten het perceel. Hij had het namelijk over lagetemperatuur warmtenetten in het Latent-project. Het basisconcept is dat men een reeks gebouwen aansluit op een warmtenet aan relatief lage temperatuur (30-40°C), die men dan op een gebruikstemperatuur brengt door middel van individuele warmtepompen per gebouw of wooneenheid. Dat heeft een aantal voordelen: zo kan men gebruikmaken van een brede waaier van warmtebronnen: geothermie door middel van koude-warmteopslag, maar ook oppervlaktewater, afvalwarmte, zonnecollectoren, rioolwater... Men hoeft zich niet te beperken tot de bronnen op het eigen perceel, maar kan een beroep doen op wat er in de omgeving beschikbaar is. Ten slotte is het een erg soepel systeem: het water wordt immers niet geleverd aan een vooraf bepaalde – meestal hoge – gebruikstemperatuur, zoals in een traditioneel warmtenet. Het warmtenet is hier een warmtebron, die men zelf op de gewenste temperatuur brengt in functie van de behoefte. Bij de realisatie van een dergelijk project komt er heel wat kijken. Daarom heeft Ingenium een Quickscan-methode ontwikkeld om de haalbaarheid te toetsen.

Innoverende technieken

Door de problematiek van de F-gassen, staat CO2 als koelmiddel volop in de belangstelling, voornamelijk in koeltoepassingen. Rudy Gielen (Mitsubishi Electric) stelde nu ook een toestel op CO2 voor SWW voor. Dit type van warmtepompboilers wordt al op grote schaal toegepast in Japan. Het verbruikspatroon voor sanitair warm water in Japan wijkt echter af van het onze, wat de invoering van dergelijke toestellen in Europa bemoeilijkte. Er zijn nu echter versies uitgebracht die beter aansluiten bij de Europese markt. Deze warmtepompboilers op CO2 hebben een aantal voordelen: ze maken gebruik van een natuurlijk koelmiddel, en ze kunnen ruim warm water aan hoge temperaturen leveren. Dat speelt in op de huidige woontrend waarbij verwarming aan belang verliest tegenover SWW.

Pieter Van Alphen van Techneco Energsystemen stelde het project Nul-op-de-Meter in Nederland voor. De opzet is al even eenvoudig als de naam laat vermoeden: het volledige energieverbruik van het gebouw op jaarbasis moet gedekt worden door de zelf opgewekte energie. In dit project ging het om een flatgebouw uit de jaren 1970 met 180 appartementen. Allereerst werd de gebouwschil aangepakt, wat de energievraag tot een tiende reduceerde. Dan werd gekozen voor een innoverend systeem van verwarming en koeling, waarbij een centrale verdeelleiding van koud water individuele warmtepompen in de appartementen bevoorraadde. Per appartement kon men dan kiezen of men ging verwarmen of koelen. De centrale leiding werd geregenereerd aan de hand van een bodemsonde. Op het dak kwamen dan PV-panelen om de rest van het energieverbruik te dekken. Uiteindelijk zou het jaarverbruik van 2.800 MWh worden gereduceerd tot 550 MWh.

Warmte uit water en bodem

Marc Feyten (Blue Heat) lichtte enkele projecten van riothermie toe, waarbij warmte wordt gewonnen uit riolen en afvalwater. Deze techniek is het best toepasbaar in een industriële context, omdat men daar grote hoeveelheden afvalwater aan hoge temperaturen ter beschikking heeft op vrij voorspelbare ogenblikken. In Leuven is er een project waar woningen verwarmd worden met warmte gewonnen uit de riolering. Aandachtspunten daarbij zijn de vuilvracht van het rioolwater, en plotse dalingen van de rioolwatertemperatuur door regen.

Om geothermische installaties beter te ontwerpen, heeft het Smart Geotherm-project een aantal instrumenten ontwikkeld, die voorgesteld werden door Luc François (WTCB). Zo is er een screeningtool, waarbij men voor een gegeven locatie informatie krijgt over de wettelijke voorwaarden en de geologische omstandigheden. Er is ook een dimensioneringsprogramma voor een boorveld.

Tot slot benadrukte architect Wim Boydens het belang van de integratie van technieken in een systeem. Door gewoon technieken op te stapelen, komt men niet tot resultaten. Men moet vertrekken vanuit een totaalconcept.

Door Alex Baumans

www.ode.be/warmtepompen